Gevoegde zaken C-585/18, C-624/18 en C-625/18: Arrest van het Hof (Grote kamer) van 19 november 2019 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Najwyższy - Polen) – A. K./Krajowa Rada Sądownictwa (C-585/18) en CP (C-624/18), DO (C-625/18)/Sąd Najwyższy (Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2000/78/EG – Gelijke behandeling in arbeid en beroep – Non-discriminatie op basis van leeftijd – Verlaging van de pensioenleeftijd van de rechters van de Sąd Najwyższy – Artikel 9, lid 1 – Recht van beroep – Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Daadwerkelijke rechtsbescherming – Beginsel van onafhankelijkheid van de rechters – Vorming van een nieuwe kamer van de Sąd Najwyższy die met name bevoegd is voor zaken met betrekking tot de pensionering van rechters van deze rechterlijke instantie – Kamer samengesteld uit rechters die nieuw zijn benoemd door de president van de Republiek Polen op voorstel van de nationale raad voor de rechtspraak – Onafhankelijkheid van deze raad – Bevoegdheid om nationale wet- en regelgeving die niet in overeenstemming is met het Unierecht buiten toepassing te laten – Voorrang van het Unierecht)