Zaak C-258/19: Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 30 april 2020 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Kúria — Hongarije) — EUROVIA Ipari, Kereskedelmi, Szállítmányozási és Idegenforgalmi Kft. / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága (Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde – Richtlijn 77/388/EEG – Artikel 10, lid 2, eerste en derde alinea, artikel 17, lid 1, en artikel 18, lid 2, eerste alinea – Richtlijn 2006/112/EG – Artikel 63, artikel 64, lid 1, artikel 66, eerste alinea, onder a) tot en met c), artikel 167 en artikel 179, eerste alinea – Dienstverrichting vóór de toetreding van Hongarije tot de Europese Unie – Exacte bepaling van de prijs van deze verrichting ná de toetreding – Factuur voor deze verrichting uitgereikt en betaald ná de toetreding – Weigering, wegens verjaring, van het uit deze factuur ontstane recht op aftrek – Bevoegdheid van het Hof)