Gevoegde zaken C-225/19 en C-226/19: Arrest van het Hof (Grote kamer) van 24 november 2020 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank Den Haag zittingsplaats Haarlem — Nederland) — R.N.N.S. (C-225/19), K.A. (C-226/19)/Minister van Buitenlandse Zaken [Prejudiciële verwijzing – Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht – Gemeenschappelijke visumcode – Verordening (EG) nr. 810/2009 – Artikel 32, leden 1 tot en met 3 – Beslissing tot weigering van een visum – Bijlage VI – Standaardformulier – Motivering – Gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid, of voor de internationale betrekkingen van een of meer lidstaten – Artikel 22 – Procedure van voorafgaande raadpleging van de centrale autoriteiten van andere lidstaten – Bezwaar tegen de afgifte van een visum – Beroep tegen een beslissing tot weigering van een visum – Omvang van de rechterlijke toetsing – Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Recht op een doeltreffende voorziening in rechte]